Welkom

Nederland kende in de 19e eeuw nog verschillende eigen ganzenrassen als de Groninger gans, Noord-Hollandse gans en Zuidenaar gans. Deze lokale rassen zijn door inkruising met zwaardere buitenlandse rassen als de Emdener, Pommerse, Toulouse en de Afrikaanse knobbelgans kort na de Eerste Wereldoorlog verdwenen. Aan dit lot is de Twentse Landgans ternauwernood ontkomen.

Rasbeschrijving

De Twentse Landgans is een vroegrijpe, bewegelijke, licht tot middelzwaar gebouwde, horizontaal gestelde gans van het landganstype. De ogen zijn bij beide kleurslagen lichtblauw. Zowel de poten als snavel zijn geeloranje waarbij de snavelnagel licht hoornkleurig is. De nauwelijks middellange hals wordt rechtop gedragen. De vleugelpunten elkaar raken op de stuit. De Twentse landgans komt voor in de kleurslagen wit en bont. Het overgrote deel van de Twentse landgans was vroeger wit, de weinig voorkomende bonte dieren hadden vaak alleen aftekening aan de kop, de rug en de flanken. Dit omdat het witte dons, geplukt van hals, borst en buik meer opleverde dan het donker gekleurde dons. Een belangrijk raskenmerk was de vroege leg. Twentse ganzen begonnen vaak in november, december te leggen.
De Twentse landgans kent in tegenstelling tot vele andere ganzenrassen geen buik- en keelwamontwikkeling. Naast wamontwikkeling wordt als niet rastypisch aangemerkt een donker gekleurde snavelnagel, een donkere nek- en kopstreep bij bonte dieren of knobbelontwikkeling aan de aanzet van de bovensnavel. Dit duidt op rasvreemde invloeden. Een zwemmende Twentse landgans heeft een horizontaal tot zeer licht opgaande lichaamslijn. Een hooggedragen staartpartij duidt op knobbelgansinvloed. Deze dieren zijn vaak ook herkenbaar door de hoge roeptoon. De relatief kleine Twentse gent en gans van wegen respectievelijk 5 – 6 en 4 – 5 kg. Ter vergelijking weegt een Afrikaanse knobbelgent 9 kg, de Emdener gent 12 kg, de Pommerse gent 8 kg en de Toulouse gent 10 kg. Rasloze boerenganzen – waarvan de bontgetekende dieren vaak worden aangezien voor bonte Twentse Landganzen – wegen veelal tussen de 6 en 8 kg.

Geschiedenis

Het vroegste Twentse document dat melding maakt van de Twentse Landgans is van Freiherr Von Bönninghausen. In zijn beschrijving van de Twentse roggeteelt (1817) maakt hij melding van de veelvuldige aanwezigheid van ganzen in Noordwest Twente binnen de boerengemeenschappen. Jaarlijks overstromende beekjes en kleine rivieren die een goede grasoogst beletten zijn de aanzet geweest tot de bedrijfsmatige ganzenhandel en ganzenteelt zoals deze vanaf 1850 tot aan de eerste wereldoorlog rond Enter, Wierden en Goor gepraktiseerd werd. Jaarlijks werden er tienduizenden dieren in Twente en Duitsland opgekocht en rond Enter verhandeld met als topjaar 1887 met 60.000 dieren. In 1188 wordt Enter als ‘Entheren’ genoemd. Deze naam voedt de bewering dat Enter haar naam aan de ganzenteelt te danken heeft. Enthere is een landrug in moerassig gebied waarop ‘entvogels’ te vinden zijn. Dankzij de rasspecifieke vroege leg – ook van éénjarige dieren – konden de nakomelingen als 6 – 8 weekse mestkuikens reeds in de winter als het vroege voorjaar worden aangeboden. Met name Engeland en Duitsland toonden zich belangrijke afnemers. Met het wegvallen van de Engelse markt na de eerste wereldoorlog werd op voorstel van de toenmalige rijkspluimveeconsulent geadviseerd om de Twentse Landgans in te kruisen met de zwaardere Litouwse gans om beter aan te sluiten bij de wensen van de belangrijke Duitse exportmarkt. Met de ontwatering van het natte Noordwest Twente, de opkomst van de grootschalige landbouw en de economische voordelen van de intensieve veehouderij is het na 1945 is het definitief gedaan met de bedrijfsmatige ganzenhouderij in Nederland. Wel werden er tot in de zestiger jaren nog honderden Twentse Landganzen voor kerst afgemest in Goor.

Huidige stand van zaken

Sinds eind 1980 heeft de – toen al op leeftijd zijnde – heer W.D. Hoeksema uit het Drentse Tweede Exloërmond zich ingespannen om de Twentse Landgans te behouden. Dit deed hij door als basis lokale boerenganzen met Duitse Diepholzer ganzen te kruisen. Dankzij het gezamenlijke initiatief van de Gedomesticeerde Watervogelvereniging en de Stichting Zeldzame Huisdierrassen staat de Twentse Landgans sinds enige jaren weer in de belangstelling bij enkele enthousiaste fokkers.

Met name recente naspeuringen in Twente heeft een groep goedgelijkende basisdieren opgeleverd. Momenteel zijn ruim honderd dieren goedgekeurd door de fokkersgroep van de Twentse Landgans, wordt jaarlijks eind juni de fokkersdag georganiseerd en wordt met enige regelmaat geëxposeerd met enkele Twentse Landganzen op kleindierententoonstellingen. Hierbij is de kleindierenshow Oneto, begin december in Enschede, de clubshow van de Twentse Landgans fokkers. Geïnteresseerden kunnen zich melden bij de stamboekcoördinator voor informatie over, en de aanschaf van de Twentse Landgans.